De verhoogde aandacht heeft ongetwijfeld te maken met deze verhoogde kwaliteit en technische mogelijkheden, maar evengoed kiezen animatoren die met stop-motion technieken werken, opzettelijk voor minder realisme en gebruiken ze bewust wat schokkerigheid en de wat ruwe look als een stijlkenmerk. Soms maakt dat het resultaat grappiger en absurder (denken we aan Paniek in het Dorp), in andere gevallen versterkt de techniek het imaginaire karakter van de wereld waarin je wordt meegevoerd. De naïeve charme van klassieke stop-motion sluit ook erg goed aan bij de fantasiewereld van heel jonge kinderen. In de Kortfilms voor Kids sectie zijn Smile My Friend en The Flying Girl enkele leuke voorbeelden hiervan.
Stop-motion films hebben vaak een grimmig kantje, wat ze geschikt maakt voor een pu-bliek van kinderen én volwassenen. Een mooi voorbeeld is de met een Oscar bekroonde film Peter and the Wolf (zowel in Kortfilms voor Kids als Animation Nations) of het wat griezelige Land of the Heads (Animation Nations).
Het is duidelijk dat de mogelijkheden met stop-motion eindeloos zijn en dat de techniek geliefd was, is en nog lang zal blijven.
(IH/JVS)
STOP-MOTION WOORDENBOEK
stop motion
Stop-motion is een overkoepelende term die verwijst naar de techniek: het onderbreken van de opname om een beweging te creëren. De beweging gebeurt dus niet voor de camera maar tussen de takes in. Wanneer de film wordt afgespeeld aan 24 frames per seconde lijkt het alsof de figuren uit zichzelf bewegen. Eigenlijk hetzelfde wat bij elke animatiefilm gebeurt, alleen werkt stop motion niet met celanimatie maar brengt echte objecten of poppen tot leven. Het is een minitieus werk dat enorm veel geduld, voorbereiding en concentratie vraagt.
model animatie
De vroegste voorbeelden van stop-motion waren vooral model animatie. Dit zijn stop motion sequenties die deel uitmaken van een live-action film en waarin het streven naar realisme voorop stond. Een pionier hierin was Willis O’Brien die vooral bekend werd door de figuren die hij creëerde voor The Lost World (1925) en King Kong (1933). Ray Harryhausen, die bij Willis het vak had geleerd, verfijnde de technieken verder en creëerde legendarische filmmonsters voor talloze fifties B-films.
poppenanimatie
Poppenanimatie verwijst naar het animeren van poppen. Dit kunnen plasticine poppen zijn zoals bij Aardman - in dat geval
spreekt men van kleianimatie - of ze kunnen uit andere materialen gemaakt worden zoals siliconen of latex. Aan de binnenkant zit een armatuur die dienst doet als skelet. Soms wordt er ook gewerkt met marionetten, zoals bij The Thunderbirds.
grafische animatie
Minder bekend zijn cut out animaties, zoals in Terry Gilliam’s animatiesequenties voor Monty Python of in Seemannstreue (te zien in in Animation Nations 2).
object animatie
Object animatie werkt in tegenstelling tot poppenanimatie met statische en onflexibele objecten die niet de bedoeling hebben levende herkenbare personages uit te beelden, bijvoorbeeld de brickfilms die met Lego gemaakt worden of de speelgoedfiguurtjes uit Paniek in het Dorp. |