"EEN FRISSE OOSTENWIND"
Ode aan het Oosten is een thematische special rond Oost-Europa, een regio waar de jongste jaren opvallend veel kortfilmtalent de kop opsteekt. Deel van deze reeks is Ode to Joy, waarin de kortfilms van drie jonge Poolse regisseurs aan elkaar worden gelast: Silesia, Warsaw en Pomerania, telkens de naam van een Poolse regio. Meer tekst en uitleg over de films krijgen we van Anna Kazejak-David (wiens Jestés Tam te zien was op het IKL 2004) en de vijfentwintigjarige regisseur-pianist Jan Komasa.

Overzicht "redactioneel"

 

Was het uitgangspunt altijd al om de drie kortfilms in één keer te tonen?
Anna: Ergens in november 2003 rondden we ons tweede jaar filmschool af. Maciej en ik waren al een hele nacht aan het praten toen we plots een goed idee vonden waardoor we samen een film konden maken. We stelden het Jan voor en we begonnen eraan. Onze verhalen moesten verbonden worden door het ene thema waar wij zelf heel erg mee bezig zijn en ook cruciaal is voor onze hele generatie: jongerenemigratie, in Polen een gigantisch sociaal probleem.
Jan: De zogenaamde nieuwe emigratiegolf.
Anna: We stelden dus elk apart in vraag waarom jonge Polen beslissen om hun geluk elders te zoeken, terwijl wij de eerste generatie zijn die in het vrije Polen is opgegroeid.
Jan: We wilden een film maken die uit drie aparte verhalen bestond. Natuurlijk moet je ze apart kunnen bekijken. Toch versterken ze elkaar, dat is net het knappe aan de film. Elk verhaal vertelt op zijn manier iets over onze generatie. Mijn film draait om het gevecht voor de liefde, tegen stereotypes en intolerantie in. Het heeft ook een wat speciale status, want het is tegelijk mijn afstudeerfilm aan de filmschool van Lodz.
Aan die legendarische filmschool studeerden ook legendes als Kieslowski en Polanski. Voelen jullie je door hen beïnvloed?
Anna: De filmschool heeft stigmata in mijn huid gedrukt, me gevormd als kunstenaar en als mens. Maar de legendes rond de school en wie er afstudeerde? Daar ondervind ik geen druk van. Ik heb mijn eigen goden en die probeer ik te volgen.
Jan: Kieslowski was toch wel een inspiratiebron, hoor. Sommige Polen zeggen me dat zijn ziel in de prent zit. De Poolse cinema uit de jaren zeventig en tachtig hielden we ook wel in het achterhoofd.Vanuit het Westen lijkt het alsof de Oost-Europese cinema aan een serieuze revival toe is. Voelen jullie dat ook zo aan?
Jan: Zeker. Het blijft moeilijk om hier een film te maken, maar toch is er een gigantische boom. Twee jaar geleden gingen zo’n vijftien Poolse films in première, verleden jaar waren dat er dertig –waaronder ‘Ode to Joy’. Dit jaar waren er bijna veertig nieuwe Poolse films, waarvan het leeuwendeel premières. Er zijn een paar hele sterke prenten, van jonge regisseurs bij. Retrieved van Slawomir Fabicki en The Boy on the Galloping Horse van Adam Guzinski werden alletwee ge selecteerd voor het

 

filmfestival van Cannes. De jaren negentig en de start van de nieuwe eeuw waren vreselijk zwakke jaren voor de Poolse film. Nu gebeurt er plots iets nieuws, iets fris. Dat voel je ook in onze buurlanden. We zijn allemaal erg enthousiast.
Bestaat er zoiets als een typisch Poolse film?
Jan: Dan moet ik het zeker over authenticiteit hebben. Poolse fictiefilms zien er bijna uit als documentaires. Dat komt natuurlijk ook omdat er heel veel straffe Poolse documentaires zijn, waarmee we constant filmprijzen winnen over de hele wereld. Die kwalitatief hoogstaande documentaire stroming is gaandeweg ook onze fictie gaan beïnvloeden, wat onze films gewoon beter heeft gemaakt. En nog een ander element in onze cinema is heel typisch Pools: woede. Polen sleept een lange traditie van woede met zich mee. Wij zijn vaak kwaad. Het openbare leven is soms net zo explosief als een atoombom: je ziet overal ruzies.
En binnenskamers?
Jan: Van hetzelfde laken een broek. Rijk of arm, dat maakt geen verschil. Het moet zowat het vreemdste syndroom zijn van de Poolse aard: we hebben een jaloers kantje dat de ander wantrouwt en zichzelf maar niks vindt. Polen denken: Polish is worse. Buitenlanders staan er verstomd van hoe de agressie hier soms heerst. Dat kan je ook zien in onze films: we hebben een erg scherpe kijk op de mens. Ik denk dat we het moeten aanvaarden als een stuk van onze persoonlijkheid. We zijn wie we zijn. Dat aspect maakt deel uit van onze manier van leven en dus ook van hoe we verhalen vertellen en films maken.
Tot slot: is er een reden waarom we jullie film zeker moeten zien?
Anna: Onze film gaat over jonge mensen en is entertainend -er gebeurt nogal wat. Tegelijk willen we een boodschap overbrengen. ‘Ode to joy’ is een eerlijke prent, met een fragmentarisch beeld van Polen. Ons land en onze landgenoten zijn best wel kleurrijker dan wij ze tonen, but sometimes you need heavy tools to show important problems.
Jan: De problemen waar de personages in ‘Ode to Joy’ mee kampen, moet je trouwens niet specifiek aan Polen linken. Zoeken naar liefde en je eigen plek op deze aardbol, dat is toch universeel?

(JS)