Een getalenteerde jonge generatie
Maar het is vooral op gebied van kortfilms dat Zweden de laatste jaren enorm goed scoort. Eén van de grootste prijsbeesten van vorig was ongetwijfeld Jonas Odells Never Like The First Time, die ook present was in Leuven in 2006. UK’s Channel 4 rekende hem recent nog tot de 20 beste animators in de wereld. Een ander uithangbord van Zweden is Jens Jonsson, die als jonge dertiger al retrospectieves genoot in Clermont-Ferrand, Tampere én Rotterdam. In Leuven kan u nog tal van andere bekroonde Zweedse kortfilmmakers ontdekken waaronder Lisa Langseth (Godkänd), Jonas Bergergård (Natan, Coming Home, Alva) en Ola Simonsson en Johannes Stjärne Nilsson (Music for one apartment and six drummers, Hotel Rienne).
De erfenis van Bergman
Het grootste verlies voor Zweden van het afgelopen jaar was ongetwijfeld de dood van Ingmar Bergman. Zijn invloed op de Zweedse cinema is gigantisch en ook de huidige generatie worstelt er nog mee. “Zweden heeft de traditie erg introspectief te zijn. Ingmar Bergman maakte films die erg suïcidaal en deprimerend waren, het reflecteert de ‘darkness of Scandinavia’. De nieuwe generatie regisseurs heeft een gelijkaardige dystopische visie op de wereld zonder pseudo-intellectueel te zijn. Maar ze maken allemaal erg persoonlijke films die vrij deprimerend zijn en toch enorm fascinerend.” (Petter Mattsson, SFI). Na Bergman werd humor een belangrijk element in de Zweedse cinema. Volgens Lisa Langseth (Godkänd) was het een soort tegenreactie: “Hij was iemand met een zware geest. Dus na Bergman was het niet meer toegestaan om serieuze films te maken, hij was immers de man van de serieuze films.” Maar de huidige generatie heeft opnieuw aandacht voor de dagelijkse realiteit. “Nu denk ik dat de reactie zowat overgewaaid is en dat mensen niet langer bang zijn om serieus te zijn”, aldus Langseth.
Zweeds karakter
De Zweden staan bekend voor hun enigszins gesloten en gereserveerd karakter. Volgens Petter Mattsson, reflecteert zich dat ook in hun kortfilms: “We hebben de neiging heel persoonlijke films te maken. Het zijn niet zozeer films die toewerken naar een punchline maar eerder een beschrijving maken van een bepaalde ‘state of affairs’. Meestal zijn er weinig personages. We zijn geen grote praters dus dat reflecteert wel goed de ‘Swedish soul’.” Zweedse kortfilms zijn emotioneel vaak erg intens maar vervallen nooit in sentiment door middel van zeer sterk acteerwerk, inventieve vertelstructuren en erg realistisch aanvoelende dialogen en situaties. Zweedse films focussen op de mens, zijn omgeving en zijn relaties met anderen. “Het belangrijkste is de manier waarop je naar mensen kijkt.” (Jens Jonsson) Maar gelukkig gaat de Zweedse nuchterheid ook hand in hand met een zekere ironie, waarmee ze de dingen bekijken. Zweedse kortfilms kenmerken zich door een droog en absurd gevoel voor humor, een onderkoelde versie van Monty Python zeg maar.
Duizend meren en aurora borealis
De Zweedse zwaarmoedigheid heeft vast wat te maken met hun omgeving. Het land is voor meer dan de helft bedekt met donkere ondoordringbare bossen, uitgestrekte meren en woeste rivieren. De koning van de Zweedse bossen is de fiere eland en er lopen ook beren, wolven en lynxen rond. Maar zoals we in de compleet absurde short Weekend leren, kan je maar beter uitkijken voor ‘treecutters’ als je een bungalow in de Zweedse bossen hebt gehuurd. In The Lodge zien we dan weer hoe een bende ravende city hoppers hun innerlijke zelf proberen terug te vinden tijdens een trip in de natuur.
Pippi Langkous en seksueel verwarde tieners
Wie ons als kind ook steeds motiveerde om onze innerlijke harmonie met de natuur terug te vinden was Pippi Langkous. Na het zien van Pippi kregen wij steeds een onmiskenbare drang om boomhutten te gaan bouwen, diepzinnige conversaties met paarden aan te gaan en vooral, kapoenenstreken uit te halen in de stijl van lang vervlogen tijden. Het guitige sproetenkopje heeft Zweden alleszins geen windeieren gelegd. Na Bergman zijn de bestverkopende films uit de catalogus van Svensk Filmindustri (Zwedens belangrijkste producent), de adaptaties van Astrid Lindgren. Hoewel de films van de jaren ‘50-‘60 eerder idyllisch waren, heeft Zweden nadien een heel sterke traditie uitgebouwd van kinder- en jeugdfilms die allerminst betuttelend maar juist erg realistisch waren en het gezond verstand van kinderen aanspraken. Hetzelfde kan gezegd worden over Zweedse tienerdrama’s, wat ook één van hun handelsmerken is. Denk maar aan Moodyssons Fucking Åmål, of de kortfilms Godkänd en Girl with a Videocamera (beide in het programma), stuk voor stuk uitstekende voorbeelden van de subtiele en geloofwaardige manier waarop de Zweden omgaan met de pijnen van het opgroeien. Check dus zeker ook het programma rond de Zweedse Coming of Age films.
Een Noordelijk front
De Scandinavische landen werken traditioneel gezien op gebied van film nauw samen op vlak van productie en distributie. Buiten de Finnen spreken ze immers allemaal een erg gelijkaardige taal. De laatste jaren zijn de Denen wel enorm op de voorgrond gekomen met Dogma 95, Lars Von Trier en Anders Thomas Jensen (Adam’s Apples) en dat steekt de Zweden wel eens de ogen uit, maar gezien een bloeiende kortfilmproductie in de nationale cinema vaak een voorbode is, zou de Zweedse langspeelfilm binnenkort ook wel eens hoge toppen kunnen scoren. Alvast uitkijken dus naar Jens Jonssons debuutfilm The King of Ping Pong. Ook Lisa Langseth is momenteel aan het script bezig voor haar eerste langspeelfilm. Maar dat is voor later, eerst de kortfilms ontdekken, vanuit het barre en verre Zweden nu in Leuven. (IH)
|